Onder de douche in het parkbad
Dinsdagmiddag, het rustigste moment. Ik zwom mijn baantjes, hij de zijne in de baan ernaast. We hadden elkaar al een paar weken gezien, nooit gesproken. Bij de uitgang van het bad zei hij alleen: 'Douches zijn leeg.'
Hij had gelijk. Twee rijen kranen, niemand. Het chloor hing in de lucht. Hij zette het water aan als alibi en duwde me tegen de tegel. Zijn lichaam was koud van het bad, zijn mond warm.
Ik hield de kraan vast terwijl hij me aftrok, stevig, nat, zonder schaamte. Een deur ging ergens open en weer dicht. We bevroor, daarna niet meer. Ik kwam tegen zijn buik, hij tegen mijn hand, allebei te zichtbaar als iemand de hoek om kwam.
We spoelden af alsof we alleen hadden gedoucht. Bij de kluisjes gaf hij me een briefje met een nummer, nat, de inkt al vaag. 'Zonder chloor is het beter,' stond er.
Ik fietste naar huis met nat haar en dat briefje in mijn portemonnee. De week erna zwom ik weer op dinsdag. Hij ook.
Hij had gelijk. Twee rijen kranen, niemand. Het chloor hing in de lucht. Hij zette het water aan als alibi en duwde me tegen de tegel. Zijn lichaam was koud van het bad, zijn mond warm.
Ik hield de kraan vast terwijl hij me aftrok, stevig, nat, zonder schaamte. Een deur ging ergens open en weer dicht. We bevroor, daarna niet meer. Ik kwam tegen zijn buik, hij tegen mijn hand, allebei te zichtbaar als iemand de hoek om kwam.
We spoelden af alsof we alleen hadden gedoucht. Bij de kluisjes gaf hij me een briefje met een nummer, nat, de inkt al vaag. 'Zonder chloor is het beter,' stond er.
Ik fietste naar huis met nat haar en dat briefje in mijn portemonnee. De week erna zwom ik weer op dinsdag. Hij ook.
