Zijn vingers tussen de mijne
We hielden elkaars hand vast terwijl hij in me bewoog. Dat klinkt als een ansichtkaart, het voelde als iets dat ik later zou onthouden. Zijn voorhoofd tegen het mijne, onze vingers in de kussensloop verstrikt.
Hij ging langzaam, te langzaam, tot ik mijn heupen naar hem toe duwde. Hij glimlachte, begreep het, gaf iets meer. Niet grof. Alleen zekerder. Ik voelde elke centimeter, elke pauze.
Toen ik kwam, kneep ik zijn hand te hard. Hij zei niets, kuste mijn pols, ging door tot hij zelf niet meer kon. Hij kwam met een zucht die in mijn mond viel. We lieten onze handen nog een tijd zo.
Buiten sneeuwde het, zeldzaam en nat. We keken ernaar vanaf het kussen, naakt, een deken tot onze heupen. Hij streek over mijn knokkels, daar waar ze wit waren geweest.
Ik sliep met mijn been tussen de zijne. 's Morgens was de sneeuw al smelt. Zijn hand zocht de mijne onder de deken, zonder bijbedoeling. Dat was erger, op een goede manier.
Hij ging langzaam, te langzaam, tot ik mijn heupen naar hem toe duwde. Hij glimlachte, begreep het, gaf iets meer. Niet grof. Alleen zekerder. Ik voelde elke centimeter, elke pauze.
Toen ik kwam, kneep ik zijn hand te hard. Hij zei niets, kuste mijn pols, ging door tot hij zelf niet meer kon. Hij kwam met een zucht die in mijn mond viel. We lieten onze handen nog een tijd zo.
Buiten sneeuwde het, zeldzaam en nat. We keken ernaar vanaf het kussen, naakt, een deken tot onze heupen. Hij streek over mijn knokkels, daar waar ze wit waren geweest.
Ik sliep met mijn been tussen de zijne. 's Morgens was de sneeuw al smelt. Zijn hand zocht de mijne onder de deken, zonder bijbedoeling. Dat was erger, op een goede manier.
